Leespreek E&M - Johannes 14:6 (ds. L.W. de Graaff, Hattem-Centrum)
De weg naar het leven gaat via het Kruispunt
De weg naar het leven gaat via het KruispuntPreek van ds. L.W. de Graaff, gereformeerd predikant te Hattem – Centrum met als tekst Johannes 14, 6.
Deze preek is bedoeld ter ondersteuning van het getuigenis en de dienst onder de moslims in Nederland.
Liturgie:
Votum en zegengroet
Ps. 100: 1 t/m 4
Lezing Tien Geboden
Ps. 1: 1, 2 en 3
gebed
eerste Schriftlezing: Mat. 7, 13 – 20
Ps. 25: 2 en 6
tweede Schriftlezing: Joh. 14, 1 – 6
Gezang 62: 1t/m 4
Preektekst: Johannes 14, 6
preek
Gezang 161: 1
Geloofsbelijdenis:
Gezang 179b
dankzegging en voorbede
collecte voor Stichting Evangelie & Moslims
Ps. 84: 3, 4 en 5
Zegen
Gemeente van onze Heer Jezus Christus,
Het beeld van de brede en de smalle weg is duidelijk.
Loop je in een bos, dan kies je gemakkelijker een breed pad ook al loopt dat pad niet direct in de goede richting.
Zo’n smal ‘konijnenpaadje’ is niet direct aantrekkelijk ook al is de richting goed.
Lopend in de bergen ligt het nog veel meer voor de hand om de brede weg te nemen en niet zo’n klein paadje met aan de ene kant een hoge bergwand en aan de andere zijde een diep ravijn.
Het beeld is duidelijk - de waarschuwing ook.
Pas op voor die gemakkelijke weg – die kan je helemaal op de verkeerde plaats brengen.
Doe je best om de goede weg te vinden ook al is die niet zo gemakkelijk te vinden en moeilijk begaanbaar.
Er is een zeer bekende prent met daarop de afbeelding van de brede en de smalle weg. De brede weg is duidelijk de weg van het plezier, de vrolijkheid en de zonde.
En het ligt inderdaad voor de hand hieraan te denken bij de woorden van de Heer Jezus in Bergrede.
Toch is het maar de vraag of brede weg vooral moet worden gezien als de route van het ‘wereldse vermaak’?
Het valt mij op dat de Heer Jezus direct na de woorden over de brede en de smalle weg waarschuwt voor valse profeten.
In deze preek wil ik aandacht geven aan de islam. En daarom stel ik deze preek de vraag of de weg die de islam wijst ook valt onder de categorie van de brede weg.
Die vraag is des te boeiender omdat in de islam het beeld van de weg ook een grote rol speelt.
En wanneer we moeten concluderen dat de weg van de islam een brede weg is – wat maakt die weg dan tot een brede weg?
Thema:
De weg naar het Leven gaat via het Kruispunt
• de weg
• het kruispunt
• het leven uit genade
I. Het bijbelse beeld van de weg komen we niet pas tegen in het nieuwe testament. Ook het oude testament kent dit beeld maar al te goed.
In de eerste plaats wijs ik op het leven van de aartsvader Abraham.
In Genesis 12, 1 lezen we dat hij van God de opdracht krijgt:
Trek weg uit je land,
verlaat je familie,
verlaat ook je naaste verwanten,
en ga naar het land dat ik je wijzen zal.
Abraham heeft gehoor gegeven aan de oproep en is letterlijk op weg gegaan.
En door gehoorzaam op weg te gaan wandelde hij voor Gods aangezicht.
Die uitdrukking gebruikte de HEER toen Hij later de 99 – jarige Abraham als volgt aansprak (Genesis 17, 1):
Ik ben God, de Almachtige,
wandel voor mijn aangezicht en wees onberispelijk.
Dat wandelen voor Gods aangezicht betekent zoveel als een leven in verbondenheid met God. Zo wordt het dan ook weergegeven in de vertaling van de NBV.
Niet alleen Abraham heeft ‘gewandeld voor Gods aangezicht’. We lezen het ook van Noach (Gen. 6, 9) en Henoch (Gen. 5, 24).
Het is dan ook niet verwonderlijk dat in de Joodse godsdienst het woorden ‘wandelen’ wordt gebruikt voor het onderhouden van Gods wet ( Halacha).
Ook in het nieuwe testament komen we het beeld van de weg wanneer het gaat over het dienen van God.
In Handelingen 9 worden de christenen aangeduid als de ‘aanhangers van de Weg’. Tot in Damascus heeft Saulus de ‘aanhangers van de Weg’ vervolgd.
Het valt op dat de NBV het woord Weg hier met een hoofdletter schrijft. Het is een duidelijke zinspeling op de woorden van de Here Jezus zoals die staan opgetekend in Johannes 14, 6: Ik ben de Weg.
Het is vervolgens niet verwonderlijk dat we het beeld van de weg ook tegenkomen in de islam. De profeet Mohammed heeft zich in het begin georiënteerd op het geloof van Joden en christenen. Hij wilde met Joden en christenen de God van Abraham vereren.
Mohammed had namelijk gehoord dat deze God rechtvaardig is en het kwaad niet ongestraft laat.
Tegen de achtergrond van de misstanden in Mekka, sprak dit geloof in de ene God hem sterk aan. In de godsdienst van de Arabieren in zijn tijd was geen plaats voor een rechtvaardig oordeel. Het kwaad bleef ongestraft.
Mohammed had over de God van Israël gehoord.
Over Hem kon hij niet lezen in God Woord omdat de bijbel in zijn tijd nog niet in het Arabisch was vertaald.
Daarbij heeft hij veel informatie gekregen van christenen die zelf op allerlei punten waren weggedwaald van de zuivere bijbelse leer.
Het is één van de redenen dat hij op den duur een geheel eigen beeld van God heeft gemaakt.
Dat werd bovendien bevorderd door de strijd die er tussen hem en de Joden en later de christenen is ontstaan.
Zo zijn de wegen uiteen gegaan.
Ondanks dit alles horen we veel bijbelse klanken in de koran doorklinken. En dan denk ik met name aan het beeld van de weg, de geestelijke weg van het dienen van God.
Zo klinken de eerste woorden van de koran als volgt:
In de naam van God, de erbarmer,
de barmhartige. Lof zij God, de Heer
van de wereldbewoners, de erbarmer,
de barmhartige, de heerser op de
oordeelsdag. U dienen wij en U
vragen wij om hulp. Leid ons op
de juiste weg, de weg van hen aan
wie U genade geschonken hebt, op wie
geen toorn rust en die niet dwalen.
Deze woorden worden door de gelovige moslim dagelijks uitgesproken tijdens het gebed. En dan bidt hij of Allah hem op de juiste weg wil leiden. (De ‘juiste weg’ is weergave van siraat al-moestaqiem. Er zit in moestaqiem iets van juist, recht, oprecht, goed. Paulus kwam in Damascus in de straat genaamd de Rechte. In het Arabisch is dat: darb al-moestaqiem. )
Het beeld van de weg speelt ook een belangrijke rol in de djihaad – de heilige oorlog. Letterlijk beteken djihaad: inspanning. Deze term komt veelvuldig voor in combinatie met fis-sabiel Allah = op de weg van Allah. Zij die geloven strijden op de weg van Allah maar zij die ongelovig zijn trachten de weg van Allah te versperren en tot een kronkelweg te maken.
Tenslotte wijs ik op het woord sjarie’a . We komen het heel vaak tegen in onze tijd. Met dit woord wordt de islamitische wetgeving aangeduid.
Sjarie’a is oorspronkelijk het woord voor het ‘pad dat naar de waterbron leidt’.
Het doet denken aan Ps. 119, 35:
Laat mij het pad gaan van uw geboden,
dat is mij het liefst.
II. Het is dus duidelijk dat ‘de weg’ een belangrijk beeld is in zowel islam als christendom.
Nu komt de vraag op ons af:
Welke weg leidt ons tot het Leven?
Of anders geformuleerd:
Welke weg is de smalle en welke weg is de brede?
Is dat wel een terechte vraag?
Kun je de tegenstelling tussen christenen en moslims wel typeren met het beeld van de brede en de smalle weg?
Deze vraag zou inderdaad onjuist wanneer de brede weg moet worden gezien als ‘de weg van een genieten zonder God’
En dat kun je niet zomaar van moslims zeggen.
Zij zijn niet minder serieus in hun godsdienst dan christenen.
Nu denk ik dat die brede weg niet alleen maar de weg is van het genieten zonder God.
Die indruk wordt wel gegeven door die bekende prent over de brede en de smalle weg.
Toch is het maar de vraag of de Heer Jezus dat zo heeft bedoeld.
Sterker: uit het vervolg blijkt wel dat dit niet zo is.
Direct na de woorden over de brede en de smalle weg gaat Hij als volgt verder:
Pas op voor valse profeten, die in schaapskleren op jullie afkomen maar eigenlijk roofzuchtige wolven zijn.
En het is echt niet zo dat de Heer Jezus hierbij de Farizeeën op het oog heeft. Zijn presenteren zichzelf niet eens als profeten.
Hij ziet vooruit naar de toekomst.
Er zullen profeten opstaan die niet zijn wat ze lijken.
Het zijn mannen die de verkeerde weg wijzen, de brede weg.
Zeker: dat kan ook de weg zijn van de feestvierders die niet met God rekenen en mooi hun eigen gang gaan.
Het is de weg van de dwaalleer.
En van God afdwalen kun je op allerlei manieren.
Daarom is de weg van de islam te typeren als de brede weg.
Ook al zijn veel moslims oprecht op zoek naar God, de weg die ze gaan is een dwaalweg.
Op grond waarvan kan ik zo’n zwaar oordeel uitspreken?
Uiteindelijk op grond van de woorden die de Heer Jezus zelf heeft gesproken.
In Johannes 14, 6 staat opgetekend dat Hij zei:
Ik ben de weg, de waarheid en het leven.
Niemand komt tot de Vader dan door mij.
Alleen wie Hem aanvaardt bevindt zich op de smalle weg die naar het leven leidt.
Wie Jezus verwerpt als de Gekruisigde, bevindt zich op de brede weg.
Dat is de weg van hen die niet onder het kruis van Jezus willen doorgaan.
En dat geldt ook voor moslims.
Zo zien we de wegen van moslims en christenen uiteengaan.
In de koran wordt de kruisiging van Jezus krachtig ontkend.
Het zou onmogelijk zijn dat de Joden Jezus hebben gedood.
De Joden hebben het wel geprobeerd.
En het ‘kwam hen voor’ dat het ook was gelukt.
Dat was suggestie.
Zo staat dat in soera 4, 157 van de koran:
Zij hebben hem niet gedood en zij hebben hem niet gekruisigd, maar het werd hun gesuggereerd.
Wie heeft er dan wel aan het kruis gehangen?
Er zijn moslimgeleerden die menen dat Jezus bij de kruisiging een gedaanteverwisseling met Simon van Cyrene heeft ondergaan.
Minder gangbaar is de opvatting dat Judas de plaats van Jezus aan het kruis heeft ingenomen.
Dat de moslims de kruisiging van Jezus ontkennen, heeft ook een historische achtergrond. Ik zei al dat Mohammed zijn informatie deels van dwaalleraars heeft ontvangen.
En in bepaalde christelijke kringen was al vroeg een weerzin gegroeid tegen de gedachte dat Jezus zou zijn gestorven aan het kruis. Ignatius, die rond het jaar 115 leefde, schreef dat er mensen waren die geloofden dat Jezus in een schijnlichaam het lijden had ondergaan. Deze ideeën zijn terug te vinden in apocriefe literatuur.
De weg naar het Leven gaat via het Kruispunt.
Zo heb ik het thema geformuleerd.
En het is nu wel duidelijk wat ik daarmee wil zeggen.
Wie behouden wil worden, kan niet om de gekruisigde Christus heen.
Hij wijst niet alleen de weg aan – Hij zelf is de Weg.
Wie Hem aanvaardt, zal dan ook moeten doen wat Hij zegt.
Denk aan de woorden van de Heiland in Mat. 7, 21:
Niet iedereen die “Heer, Heer” tegen mij zegt, zal het Koninkrijk van de hemel binnengaan, alleen wie handelt naar de wil van mijn hemelse Vader.
Wij weten dat moslims een afkeer hebben van Jezus als de Weg.
Is dat vreemd?
Kennen wij die afkeer niet?
Hoe is dat bij u?
De apostel Paulus schrijft in de eerste brief aan de Korinthiërs (1 Kor. 1, 23) dat de gekruisigde Christus voor de Joden een aanstoot is en voor de Grieken een ergernis of dwaasheid (NBV).
En onder die Grieken mag u zichzelf rekenen.
Elk mens, ook u dus, reageert van nature op deze manier.
Geen mens kan dit evangelie van de gekruisigde Christus uit zichzelf aannemen.
Dat wij gered moeten worden door een Man die aan het kruis wordt gespijkerd, is voor ons net zo goed aanstootgevend als voor een moslim.
III. En nu begrijpen we nog weer beter wat de Here Jezus bedoelde met zijn woorden over de smalle weg.
Het is de weg die ten diepste geen van ons wil gaan.
Je kunt pas over de smalle weg gaan wanneer je erkent:
Heer, ik kan mijzelf niet redden!
Ik kan zelfs niet voor 1 procent meewerken aan mijn eigen redding.
Moslims leren dat de kinderen van ongelovigen, christenen en Joden etc allemaal als moslim worden geboren.
Ze willen daarmee zeggen dat elk mens dat wordt geboren de bestemming meekrijgt om als moslim te leven.
In een bepaald opzicht is dit juist.
Het is waar dat sinds de zondeval elk mens meent zichzelf te moeten redden.
En de islam is bij uitstek een godsdienst waarin de plichten een grote rol spelen.
Om in de lichtkring van de genade van Allah te komen, moet je wel je best doen in het vervullen van de religieuze plichten.
In die zin steekt er ook in u als christen een moslim.
En het is enkel genade dat de Heer uw ogen hebt geopend voor de smalle weg van Jezus Christus, de weg van zelfverloochening en overgave.
En wanneer u zich dit goed indenkt, kan het niet anders of er komt bewogenheid ook over de moslims die lopen over de brede weg van de zelfverlossing.
Meer dan voorheen kruisen de wegen van moslims en christenen elkaar in ons land.
Hierover is veel te doen op politiek en maatschappelijk vlak.
Er wordt druk gepraat over ‘witte’ en ‘zwarte’ scholen, inburgering en integratie.
Laat de kerk niet vergeten het evangelie van genade uit te dragen aan allen die op onze weg worden geplaatst.
En daaronder behoren zeker ook onze moslimse medeburgers.
Laten ons voortdurend bidden of de HEER ook hun ogen wil openen voor de smalle weg van Jezus Christus.
Zodat ook zij aanvaarden Hem die is de Weg, de Waarheid en het Leven.
Amen.
terug
