Evangelisatie... Hoe doe je dat tegenwoordig?

Eerlijk gezegd, ik weet het niet precies. Al zoekend vind ik drie aanknopingspunten: - Als christenen actief zijn onder mensen in je omgeving. - Als kerk een open plek bieden: inloop, opvang, scholing. - Aansluiten (als kerk en christen) bij wat er speelt: cultuur en noden.

Actief onder mensen in je omgeving
Natuurlijk geldt dit punt voor elk dorp en elke stad. Maar vooral in steden zijn de contacten veel wisselender, vaak vluchtiger en niet bepaald door familiebanden, verzuiling en ‘iedereen kent elkaar’. Natuurlijk is er, ook in de gemeente zelf, veel tijd en aandacht nodig voor onderling contact maken en ‘houden’. Vooral in studentensteden en doorgroeiwijken ken je dat: de gevolgen daarvan: mensen zijn in het weekend in de thuisgemeente, door de week in de stad. Of ze wonen ergens 2, 3 jaar.
Tegelijkertijd hebben juist deze doorloop-mensen veel nieuwe, natuurlijke contacten met o.m. niet-christenen. Daar zou ook aandacht voor kunnen zijn: hoe kunnen deze nieuwe mensen zich inzetten in ‘hun nieuwe wereld’ en wat vraagt dat van de gehele gemeente aan scholing, geld en aandacht?

Interessante diensten zijn dus belangrijk. Want nieuwe bezoekers komen alleen als het echt ergens over gaat. En ze misschien zelfs een vriend(in) mee kunnen nemen. En dat vergt van de predikanten en sprekers een andere stijl van spreken, presenteren en vooral, inhoudelijk weten wat moderne mensen bezig houdt en hoe Jezus ook in het leven van nú een plek wil hebben.

In de steden, veel meer dan in dorpen, is er ook veel meer concurrentie: Leuke baptisten gemeenten. Vrolijke, moderne diensten in de evangelische gemeente 2 straten verderop. En jeugdkerken die een feest zijn om naar toe te gaan. Je moet van goeden huize komen, wat te zéggen hebben, om actief te kúnnen zijn! En zelfs mensen te kunnen lokken…

Een open plek bieden

Henk Drost schreef ooit eens: elke gemeente die zichzelf missionair noemt, heeft een wekelijkse ‘inloop’-mogelijkheid. Opnieuw: voor elke kerk zinvol, maar vooral voor stadskerken interessant. Koffiebars (zonder joints), seven-upkroegen, bijbelstudiehuizen, maar ook gastgezinnen, eetplekken en Alphacursussen. Ze zijn prima mogelijk, in elk dorp en elke stad. Mits de gemeente het nódig vindt mensen om zich heen te bereiken. Míts je mensen wílt opzoeken waar ze zijn.
Want mensen komen niet meer naar ons toe...

En dat laatste, daar ligt vaak een bottleneck, een pijnpunt.
De wíl om uit je eigen veilige systeem te stappen. Om je prioriteiten te verschuiven van ‘voortbestaan’ naar gemeentevermenigvuldiging. En dat om de 7 jaar. Dat vergt visie, inzet. Iets van het ‘karakter’ van Christus willen leren (Filippenzen 2). Vooral omdat het kader in de gemeentes ouder is, altijd in het systeem heeft meegedraaid en het systeem zelf een behoorlijke inertie kent.

Eigenlijk zouden missionaire kerken subsidie moeten krijgen van andere gemeentes. Dan kunnen ze, op kosten van het kerkverband, mensen scholen en activiteiten organiseren. Die mensen komen, als het goed is, in de toekomst weer overal in het land terecht en kunnen dán een zegen zijn voor de kerken die eerder betaalden.Werp je brood uit op het water…

Aansluiten bij wat er speelt
Het Leger des Heils is voor mij hét grote voorbeeld van succesvolle kerken in steden. De aandacht voor mensen búiten die gemeenschap is groter dan voor hen ‘die binnen zijn’.
Dát is ook een van de kernen van het Evangelie: Christus is gekomen voor de schapen die verdwaald zijn, voor de mensen die ziek zijn. En Hij vraagt dat ook van Zijn christenen.

En hoe kun je als kerk nu relevant zijn? Dan gaat het niet, in eerste instantie, om de woorden van genade. Maar om de ‘daden van barmhartigheid’ die je doet. Om je presentie. Je aanwezigheid. Je (mede)lijden. Je tijd. Of, zoals iemand eens schreef, de kerk is de enige vereniging die er is voor haar níet-leden.Was dat inderdaad maar zo, denk ik vaak. Dan waren wij een heilsleger.

Hart voor mensen, daar gaat het om.
terug